De Holocaust begon niet met Auschwitz of Treblinka. Het begon met een retoriek van haat. Als ik de shitstorm van haatmails zie die NTGent deze week in zijn mailbox kreeg, dan vrees ik voor de toekomst. Dat is wat ik wil onthouden van de hetze die ontstaan is rond Het Lam Gods, het eerste project van Milo Rau. Nee, ik ga de keuze van Milo Rau niet verdedigen met een nietszeggende dooddoener als artistieke vrijheid. Die verdediging ligt in de act zelf: het radicaal openbreken van vragen die niet meer gesteld mogen worden. Vragen zoals bestaat er zoiets als een pardon voor ex-Syriëstrijders en/of voor hun vrouwen? Wanneer en onder welke omstandigheden wordt zo’n pardon bespreekbaar? Het werk van Rau kristalliseert zich in ethische vragen over genocide, terreur en geweld. Dat een Stadstheater een nest wordt waarin die vragen gesteld worden kan ik alleen maar toejuichen. Maar daarover ging het niet in de media…

Fake news versus true news, de media zijn een theater geworden waar propaganda zegeviert. Wat is waar, wat is echt, wat is niet echt? Alle denken faalt in de kortsluiting van ‘voor’ of ‘tegen’. Obsessieve waarheidsvragen waar vandaag, al naargelang de clicks and likes en de adverteerders die als killerbees rond het mediagebeuren zwermen, véél geld mee wordt verdiend.

Deze bedenking naar aanleiding van de geslaagde, maar ook wel perverse, marketingstunt van NTGent. Welk theater genereerde een hele week zoveel media aandacht op prime time? Waarom noemde NTGent letterlijk de Syriëstrijder in een casting oproep? Vragen naar een lid van Scientology, een New Born Christian of een Jehova getuige leverde allicht niet zoveel media aandacht op? Het was wel een sterk statement ten aanzien van onze Westerse christelijke bronnen geweest. Dat die marketingstunt indirect de polarisering dient, ligt niemand wakker van? De Zoo Humain (Chokri Ben Chikha) is niet veraf… Milo Rau, artistiek directeur van NTGent, noemde het zelf “onjuist en niet erg subtiel” om het voorbeeld van IS te noemen in de castingcall. Desalniettemin leverde de shitstorm waarin NTGent terecht kwam stof tot nadenken…het Stadstheater kwam ongewild in de positie van het Lam Gods terecht, een offer op het altaar van de Media.

Milo Rau hield op woensdag 21 maart 2018 een finaal statement naar aanleiding van haatmails die het NTG te verduren kreeg/krijgt wegens de hetze over het al dan niet casten van een Syrië strijder. Deze week startte de casting voor de productie Het Lam Gods gebaseerd op het schilderij van de gebroeders Van Eyck. NTGent zoekt Gentenaars om karakters uit te beelden van het schilderij: een Adam, een Eva, Rechtvaardige Rechters en Kruisvaarders. En hedendaagse kruisvaarders dat zijn onze Belgische Syriëstrijders die vol overtuiging met IS meevochten. Een stelling waarin ik Milo Rau kan volgen.

De kruisvaarders, Het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck

Of NTGent ook daadwerkelijk teruggekeerde Syriëstrijders zoekt om Kruisvaarders te vertolken, kreeg een ondubbelzinnig antwoord. Milo Rau is duidelijk dat hij geen IS strijder het podium geeft wanneer die door het gerecht gezocht wordt. Maar: “misschien komt er in september een teruggekeerde Syrië-strijder uit het Midden-Oosten op het podium van NTGent.”

Het is maar de vraag of men om een kruisvaarder uit te beelden op toneel ook een echte kruisvaarder moet zijn. Wat als ik een kindermoordenares die haar straf uit zat vraag om Medea te spelen?  Waarom? Omdat theater de tempel van de leugen is. En omdat fictie een waarheid beter vertelt of vertaalt dan het echte ding waar het om zou gaan. Meer zelfs de realiteit of waarheid structureert zich als fictie (Lacan). Daarvan getuigt die shitstorm ook. All depends on the narrative. Dat Milo Rau samen met Gentenaars op zoek gaat naar een narratief gebaseerd op een van de kostbaarste kunstschatten van de stad, is iedereen ontgaan. Een narratief dat zich zal voeden met en afzetten tegen een realiteit die nauwelijks een stem krijgt en die vragen stelt die ingaan tegen elke vorm van populistische retoriek, hopend op een dialoog. Dat is het snijpunt waarop Milo Rau al jaren werkt. De relatie tussen fictie en realiteit is een precair onderwerp in de kunst. Het is verdiepend, controversieel en politiek verontrustend, maar houdt ook risico’s in.

Het reële is dé passie van de twintigste eeuw (Alain Badiou). Echtheid en authenticiteit zijn ware obsessies geworden in die eeuw. Ze hebben de kunst geïnfecteerd en zodoende haar limieten steeds verder teruggedrongen totdat de verbeelding zelf taboe werd. Avant-garde golf na avant-garde golf sneuvelden vormen en verschenen er nieuwe die een absolute claim legden op authenticiteit en op echtheid.

De passie voor het reële mondde in diezelfde eeuw uit in een ideologie van revoluties waarin de ommekeer garant stond voor de creatie van een nieuwe realiteit. Het wiel der revoluties herhaalde zich keer op keer in de twintigste eeuw. Eerst als tragedie, later als farce (Zizek).

Op politiek vlak gaf de reusachtige moordfabriek die World War I wordt genoemd hiervoor het startschot. Miljoenen jonge mannen liepen, hun geloof in nationale trots en identiteit bezingend, de gapende muil van het oorlogsvuur in. Deze gruwelijke lopende band van lijken mondde uit in de Russische Revolutie in Oost-Europa en in Nationaal-Socialistische revoluties in West-Europa. Sindsdien hield de oorlogsfabriek niet op met op volle toeren te draaien en dit tot op de dag van vandaag.  Een dodelijke wals waarin revolutie na revolutie volgde, waarop een al even bloedig neerslaan van die revoluties volgde, met als hedendaags absurd-farcicaal hoogtepunt het uitroepen van het Kalifaat door IS. Elke revolutie joeg eenzelfde ideaal achterna, zijnde dé waarheid van het echte leven, een nieuwe werkelijkheid.

Eenzelfde drang naar vernieuwing en revolutie infecteerde de kunsten. Voorop stond de ideologie van de echtheid van de innerlijke expressie. Naturalisme, realisme, impressionisme, expressionisme, pointillisme, kubisme, surrealisme, dadaïsme, futurisme…de ismen volgden elkaar in hoog tempo op. Telkens stond hetzelfde dogma voorop: een nieuwe waarachtiger vorm van expressie.

Evenzo ging het er in het theater aan toe. Stanislawski, Brecht, Grotowski, Strassberg  allen zochten ze naar waarachtigheid in de kunst. De filter tussen realiteit en spel werd waziger en waziger. Hysterisch werd er gezocht en gestreefd naar echte gevoelens op het toneel. Wie een traumatische ervaring had mocht zich gelukkig prijzen want hij kon dit gebruiken in zijn werk. De passie voor het reële infecteerde de kunsten en maakte spel (schijnbaar) overbodig. Dat de vier genoemde theatervernieuwers vaktechniek als basis van hun onderzoek vooropstelden werd makkelijk vergeten.

Interessant is even stil te staan bij de ontwikkeling die Stanislawski zelf doormaakte. Toen hij naar een door hemzelf geregisseerde voorstelling keek en besefte dat hij enkel hysterische individuen op toneel zag, en geen spelers, stelde hij zijn methode van emotionele inleving (emotional memory) ernstig in vraag. Hij greep met andere woorden terug naar de basis van het vak: het puur lichamelijke spel (physical acting). Acteren is een spel techniek met een zuiver fysieke basis.

Wat moet ik dan met een echte Syriëstrijder op toneel? “Theater zou de plaats moeten zijn waar deze moeilijke vragen zich kunnen voordoen en waar openhartig, in al hun complexiteit, gediscussieerd wordt” zegt Milo Rau. Over welke moeilijke vragen hebben we het? Fundamentalisme in de boekgodsdiensten of de vraag of een ex-Syriëstrijder met berouw (en na rechterlijke vrijspraak) een stem in het theater mag/moet krijgen? Hebben we aan een acteur die een ex-fundamentalist speelt dan niet genoeg om dergelijke zaken bespreekbaar te maken, vraag ik me dan af? Is theater maken een sociologisch experiment of een act van verbeelding? Het is beide. En daar zit misschien wel de sterkte van Milo Rau. Namelijk dat hij het aandurft om de verbeelding die op het toneel heerst te laten schuren tegen elementen uit de realiteit.  Het is een precair evenwicht.

Flirten met realiteit op toneel is spelen met controverse. De controverse die de marketeers van NTGent hebben uitgelokt heeft voor een reclamecampagne gezorgd die hun totaal budget nu al overstijgt. En dit gratis. Controverse is blijkbaar de enige weg waarmee een theater aandacht in de media kan krijgen. Het zijn cynische tijden… De vraag die bij me opspeelt is in hoeverre deze controverse niet een averechts effect heeft. Zullen de schrijvers van haatmails, de aanhangers van rechts populisme (hun populistische leiders hebben handig ingespeeld op de controverse) of de lezers van HLN (die de mediastorm gekatalyseerd hebben) naar Het Lam Gods komen kijken?

Wat in al die heisa nauwelijks aandacht krijgt, is het verhaal, de inhoudelijke vraagstelling waarmee de regisseur aan zijn project wil gaan werken. Gelukkig zag ik bij Milo Rau even de passie van de theatermaker verschijnen toen hij zei dat men vooraleer te oordelen beter eerst naar de voorstelling zou komen kijken. Voor de rest zag ik een theater verstrikt in haar eigen controverse. Niemand vraagt zich nog af wat de bedoeling is van die cruciale vraag over godsdienstwaanzin maar iedereen trekt wel onmiddellijk ten strijde.

Trek ik nu ook ten strijde zult u zich afvragen? Nee, ik stel enkel vast dat met realiteit op toneel paradoxaal en ambigu gegeven is. Ambiguïteit is nu eenmaal een kenmerk van kunst, en die vertelt dikwijls meer over de realiteit naarmate ze zich hult in het kleed van de fictie. Ik denk aan de vertolking van Paus Urbanus II door Victor Lauwers in 1095 van Lisaboa & Kuiperskaai. Een monoloog waarin een paus oproept tot de kruisvaart. Dit vertelde meer over hedendaagse Syriëstrijders dan dat ik die strijders daar zelf voor nodig heb.

Realiteit of fictie? Realiteit presenteert noch representeert. Realiteit verwerken in fictie verwekt verwondering, beroert of raakt. Het blijft echter fictie. Hoe balanceer je daartussen? Is controverse enkel een techniek die verkoopcijfers een boost geeft.

Stel dat ik pas na het zien van Het Lam Gods te horen kreeg dat één van de kruisvaarders vertolkt wordt door een ex-Syriëstrijder? De controverse zou niets zijn in vergelijking met wat er nu gebeurt, de impact daarentegen des te groter. Is dit het verschil tussen marketingstrategie en dramaturgie? Of moet ik als theatermaker in de toekomst concepten uitdenken in de zin van: ik zoek zes Joodse gelovigen om in een performance fragmenten uit Mein Kampf voor te lezen (overlevenden van een concentratiekamp krijgen de voorkeur)? Met mijn excuses voor dit perverse voorstel.

Wat heb ik aan een ex-Syriëstrijder op toneel? In se niets, tenzij hij een functie krijgt binnen de leugen die theater altijd is. Want daar keken de gelovigen naar als ze Het Lam Gods bekeken. De devote kijkers verloren er hun blik omdat ze samen vielen met afbeeldingen van hun waarheid over Gods woord. Voor hen was Het Lam Gods net echt wat in de Bijbel stond. Voor de modellen die Van Eyck gebruikte om de karakters op het schilderij een gezicht te geven was de ‘echtheid’ van het schilderij van een totaal andere dimensie. Zij herkenden zichzelf en elkaar als vereeuwigd in een karakter uit het ware geloof. In essentie bleef het een afbeelding. Een schilderij die tijdens de beeldenstorm bewaakt moest worden omdat de protestanten die leugenachtige blasfemie wilden vernietigen. En ja…er stonden twee bewakingsagenten voor de deur van ARCA bij de persconferentie van NTGent. Een vraag die me niet losliet: herhaalt de geschiedenis zich of was dit een marketing gewijs re-enactment van de geschiedenis…

Alain Pringels

Compagnie couRage

www.compagniecourage.eu