14/2/2019

Het jaar van Hugo Claus

by Mathieu Cockhuyt
Het jaar van Hugo Claus - Compagnie couRage

10 jaar na zijn euthanasie is de meester terug van nooit echt weggeweest. Tal van hommages en exposities moeten ons een glimp geven van het genie. 
Ondanks dat Hugo vrij snel succes oogstte en een prijzenpalmares ontwikkelde waar elke schrijver alleen maar van kan dromen, voelde hij zich altijd miskent. 
“Applaus, ik kan me geen mooier geluid voorstellen” liet hij in 1987 optekenen.

Wie is Hugo? C’est quoi, Hugo Claus? Claus definieer je niet, daar gis je naar. Hugo valt nu eenmaal niet in hokjes te murwen. Romancier, dichter, schilder, theatermaker, filmmaker, poseur, misleider, rebel, minnaar, vat vol tegenstellingen. Het Leonardo Da Vinci- syndroom. Dé Homo Universalis. Naast bewondering voor Hugo’s werk ben ik vooral begeesterd door zijn persoon en de rol die hij met bravoure speelde. 

Claus was een autodidact en nam de houding aan van een soevereine keizer, inclusief Romeinse kop. 

Soms bekruipt me het gevoel dat Claus tegen zijn zin leefde. Geboren door middel van een keizersnede. In het teken van de Ram, aberrant, maar minder nobel dan de stier. Keizersnede; zoals het een keizer betaamt. Tegen wil en dank onttrokken aan de baarmoeder. Op 18 maanden werd Claus naar de kostschool gestuurd. Alweer te vroeg onttrokken, van de moedertepel. 

Alles in zijn leven is terug te brengen naar die, verschrikkelijke periode. Deze periode loopt als een rode draad doorheen zijn werk; religie, nonnen, een Oedipuscomplex, soms een tikkeltje misogyn, een gemis aan warmte. Hugo liet zich ooit eens als boutade ontvallen dat hij de tv uitzet wanneer er gelukkige gezinnen geportretteerd worden. Zoiets bestaat toch niet, foeterde hij dan. 

Teveel dingen met ‘te’ voor. Een veelvraat, een spons, een slokop. Niet alleen in zijn werk, ook in zijn eten, drinken, vrouwen en sigaretten. Hij gebruikte de oorlog als excuus voor de gulzigheid die hij aan de dag legde. De hedonist en bon vivant die hij was kampte uiteraard met zijn gewicht. Dan speelde zijn ijdelheid, zoals het een kunstenaar betaamt, weer op. Karatelessen godbetert, om toch maar geen 130 kg te wegen. 

Natuurlijk kan ik van mezelf zonder een zweem van ironie zeggen dat ik mislukt ben, stelde hij in een interview uit 1994. Die geldingsdrang. Zich willen verheffen boven het sterfelijke, op zoek naar onsterfelijkheid typeert hem. Je plaats claimen in de geschiedenis. Toch een tikkeltje pedant. Hij omschreef zichzelf als ledig, de anderen doen gewoon nog minder. De maatstaf is een Victor Hugo, die schrijft zo een boek als ‘Het verdriet van België’ in een week.

Hij oogstte veel kritiek omdat hij de barrières brak tussen de hoge en lage kunst, hij liep constant over van het een naar het ander, niks was te min. Hij hield van overdaad. Altijd gehaast.

Zijn parcours getuigt van grilligheid en visionaire cadans. Masscheroen veroordeelde hem tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maand met daarbovenop een boete van 10 000 Belgische frank wegens het schenden van de goede zeden. Dit gebeurde anno 1968. Het jaar van de ontvoogding en de seksuele revolutie. Hugo is verbonden met de revolutie. Tegenwoordig kan je geen theater meer binnengaan of er staat wel een man met een piemel te zwaaien.

Claus was ook een poseur. Altijd in voor een leugen. Niet liegen is leven als de beesten. Identiteit bestaat niet die maak je zelf, elke dag een andere pet op. Hugo was een gentleman, beleefd, dus onwaarachtig.

Spelen vond hij de meest boeiende en nuttige bezigheid die een mens kan verrichten. De mens is gemaakt om te spelen niet om te werken. Claus leer je het beste kennen tijdens petanque. Alles om te winnen, nooit willen verliezen. Valspelen? Zeker. Het doel heiligt de middelen. Maar nooit minder charmant of galant.

Sprak hij dan nooit de waarheid? Nouja misschien een enkele keer op woensdag bij dageraad, in een vlaag van zinsverbijstering. Allicht. Waarschijnlijk. Wie weet. Ni Dieu, Ni Maître