deze reactie van de toeschouwer verscheen vandaag op onze facebook pagina:

“Vrouwen van Troje” -Regie Alain Pringels- is een beeldend-lyrische bewerking van het oorspronkelijk werk van Euripides, (indachtig de “adaptatie” van Seneca) door Alain Pringels en Ludwig Dierinck, die op hun beurt de waanzin van Imperialisme, de precaire positie van de vrouw, de gruwel van oorlog en slavernij, en het daardoor volgend (on)menselijk lijden “doorgeeft”. Let wel: “het geheel van de voorstelling blijft tijdloos/klassiek/onveranderd”.
Inderdaad geen “actualisatie/adaptatie/vertaling naar ons hedendaags wereldbeeld”… want er IS ook niks veranderd in de gruwel van oorlog sinds mensenheugenis.
De uitzonderingen hierop (althans in de vormgeving van de voorstelling) zijn een paar briljante “vondsten” die je eerder verwarren in “hoe we in deze wereld “Hollywood-sentiment” worden aangeleerd”.
De klassieke stijl (met hier en daar een kwinkslag) maakt de aanklacht in deze voorstelling zo beklijvend, dat alle cynisme, sarcasme (nooit aangehaald in de voorstelling) of andere bescherming zich slechts bij de toeschouwer zelf kan manifesteren ; enkel als confrontatie met wat men liever niet ziet, niet wil weten of ongeoorloofd relativeert. Tot je na een tijdje –als toeschouwer- deze bescherming moet laten varen.
Dit nieuwe gezelschap oogt als, wat ik me inbeeld, hoe de allereerste workshops van Peter Brook er moeten hebben uitgezien, wanneer hij na en tijdens de workshop/events/happenings 60 en 70-ies cultuur, een smeltkroes van sterke persoonlijkheden van alle uithoeken van de wereld rond zich schaarde om “direct theatre” te maken: “De zoektocht naar een taal (niet persé woordelijk) die “evident straalt en niet meer kan liegen”.
Tot zover de vergelijking. Je kan moeilijk een pril gezelschap naast het resultaat leggen van decennia onderzoek binnen een afnemend en aangroeiend theatergezelschap, reizend naar de uithoeken van de wereld.
En toch zag ik iets wonderlijk in deze voorstelling, dat me net aan voorgaande deed denken: “Zelden zag ik zulke diep charismatische individuele karakters alles op scene opgeven aan “een gemeenschappelijke sfeer”.
Dit opzet is meer dan risicovol. De projectie van beelden door het richten van slechts woorden aan een publiek (welke actueel door effectieve beelden met de trechter worden bediend) is geen sinecure, doch de acteerprestaties van de spelers –in collectief energetisch oproepen van sfeer- breekt alle weerstand die je toeschouwer liever zou bewaren.
De première heeft deze overwinning behaald.